Academic course: “The Media City”

As I wrote in an earlier post, I have been developing a new course at Utrecht University, called “The Media City”. It is a course for bachelor 2 students and pre-masters. The program has been set up around a number of guest lecturers, who talk about several ‘media city’ topics from their own expertise. Below some more information about the course (guest speakers + literature list). The course is in Dutch, but all of the literature is in English.


themediacity_2011-2012.png

Download introductory presentation (PDF, 2.3 MB in Dutch)

Download full course instructions (PDF, 220 KB in Dutch)

 

Course schedule:

week1, Sept 22 – Introduction (Michiel de Lange)

week2, Sept 29 – ‘Hybrid space’: the relation between digital and physical space (Eric Kluitenberg)

week3, Oct 6 – New media and urban publicness (Martijn de Waal)

week4, Oct 13 – Privacy & surveillance in the media city (Sander Flight)

week5, Oct 20 – Media art and the urban experience (Annet Dekker)

week6, Oct 27 – Urban play & gamification (Kars Alfrink)

week7, Nov 3 – eParticipation and co-design: designing cities with new media (Carl Lens)


Course literature:

week1 – Introductie De Mediastad

– Booth, W. C., Colomb, G. G., & Williams, J. M. (2003). “Making good arguments”. Chapter 7 in: The craft of research(2nd ed.). Chicago: University of Chicago press. (pp. 114-123) http://boelter.krischeonline.com/lispdf/pdf/BoothW et al 2003 ch 07.pdf

Waarom lezen? Algemene voorbereiding op hoe je een sterk academisch argument neerzet in een debat. Booth et al. beschrijven op toegankelijke wijze vijf regels waaraan een goed argument voldoet. Vooral bedoeld voor geschreven argumentatie maar ook goed bruikbaar voor verbale discussies. [Deze tekst hoef je niet te bespreken voor de weekopdracht].

– Hill, D. (2008). The street as platform. City of Sound weblog, http://www.cityofsound.com/blog/2008/02/the-street-as-p.html

Waarom lezen? Deze tekst biedt een zeer toegankelijke blik op wat er gebeurt nu de stad in toenemende mate doorsneden raakt met allerlei digitale mediatechnologieën. De tekst schetst twee scenario’s en roept een aantal vragen op waarover gedebatteerd kan worden.

– Wirth, L. (1938). Urbanism as a Way of Life. The American Journal of Sociology, 44(1), 1-24. http://www.jstor.org/pss/2768119.

Waarom lezen? Deze klassieke tekst gaat over de vraag: wat is een stad? De gegeven definitie fungeert als achtergrond waartegen veel andere teksten gelezen kunnen worden.

– Graham, S. (2004). The Cybercities Reader. London; New York: Routledge. Introduction: “From dreams of transcendence to the remediation of urban life” (pp. 3-23). Download van: http://boelter.krischeonline.com/lispdf/pdf/Graham%20S%202004%20in%20Graham%20S%20ed%202004.pdf.

Waarom lezen? Deze introductie biedt een overzicht van verschuivingen in hoe de relatie tussen stad en digitale media geconceptualiseerd is.

Optioneel:

– Townsend, A. (2000). Life in the Real-Time City: Mobile Telephones and Urban Metabolism. Journal of Urban Technology, 7(2), 85-104. http://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/713684114

Waarom lezen? Een invloedrijk vroeg artikel over de invloed van mobiele technologieën op stedelijkheid.

week2 – ‘Hybrid space’: de relatie tussen digitaal en fysiek

– De Souza e Silva, A. (2006). From Cyber to Hybrid: Mobile Technologies as Interfaces of Hybrid Spaces. Space and culture, 9(3), 261-278. http://sac.sagepub.com/content/9/3/261.full.pdf+html (alternatieve link: http://tvdigital.files.wordpress.com/2008/09/mobile-2006-adriana-silva.pdf).

Waarom lezen? In dit artikel behandelt De Souza het begrip ‘hybrid space’ als de versmelting van fysieke en digitale ruimte. Ze stelt in reactie op Manovich dat ‘hybrid space’ niet begrepen moet worden als extra laag bovenop de fysieke ruimte maar als wederzijds constituerend.

– Kluitenberg, E. (2006). The network of waves: living and acting in a hybrid space. Open, 11, (pp. 6-16). http://www.skor.nl/download.php?id=3231

Waarom lezen? Kluitenberg gaat met name in op veranderingen in sociaal gedrag die mogelijk gemaakt worden door de hybridisering van stedelijke ruimte en digitale mediatechnologieën. Ook gaat Kluitenberg in op strategische vormen van agency in hybrid space.

– Ito, M., Okabe, D., & Anderson, K. (2009). Portable Objects in Three Global Cities: The Personalization of Urban Places. In R. S. Ling & S. W. Campbell (Eds.), The reconstruction of space and time: mobile communication practices(pp. 67-87). New Brunswick, N.J.: Transaction Publishers. Te downloaden van: http://www.itofisher.com/mito/portableobjects.pdf.

Waarom lezen? Ito et al. presenteren een op veldwerk gebaseerde typologie van drie concrete manieren waarop stedelingen met draagbare technologieën ‘interfacen’ met de stad.

Optioneel (sterk aanbevolen!):

– Simmel, Georg (1903) The Metropolis and Mental Life. In: Gary Bridge and Sophie Watson, eds. The Blackwell City Reader. Oxford and Malden, MA: Wiley-Blackwell, 2002, (pp. 11-19). http://www.esperdy.net/wp-content/uploads/2009/09/Simmel_21.pdf.

Waarom lezen? Dit een andere must-read actuele klassieker over stedelijkheid. De tekst vertoont sterke gelijkenissen met de tekst van Louis Wirth, maar zoomt verder in op stedelijkheid als socio/psychologisch fenomeen. Simmel wijst erop dat de moderne stedelijke ervaring gemediëerd is (middels geld en kloktijd) en in die zin al veel langer ‘hybride’ is.

week3 – Nieuwe media en stedelijke openbaarheid

– Holmes, D. (2005). Communication theory: media, technology and society. London ; Thousand Oaks, Calif.: SAGE. (pp. 67-82)

Waarom lezen? Holmes geeft een overzicht van de discussies rond computer mediated communication (CMC) en publicness, deels in relatie tot de stad. Holmes beperkt zich tot discussies over ‘cyberspace’ en besteedt geen aandacht aan mobiele media.

– Frei, H., & Böhlen, M. (2010). Micropublicplaces. In O. Khan, T. Scholz & M. Shepard (Eds.), Situated Technologies Pamphlet series. http://www.situatedtechnologies.net/files/ST6-MicroPublicPlaces.pdf. (eerste gedeelte, pp. 12-28).

Waarom lezen? De auteurs bespreken twee belangrijke denkers over (stedelijke) openbaarheid – Arendt en Latour – en verbinden dit thema met actuele discussies over de mediastad.

– De Waal, M. (2011). The Urban Culture of Sentient Cities: From an Internet of Things to a Public Sphere of Things. In M. Shepard (Ed.), Sentient city: ubiquitous computing, architecture, and the future of urban space. Cambridge, MA: MIT Press. http://www.martijndewaal.nl/?p=236.

Waarom lezen? De Waal bespreekt kort enkele klassieke denkers over openbaarheid en voegt een actuele visie toe vanuit de discussie over ubiquitous computing.

Optioneel:

– Graham, S., & Aurigi, A. (1997). Virtual cities, social polarization, and the crisis in urban public space. Journal of Urban Technology, 4(1), 19-52. http://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/10630739708724546.

Waarom lezen? In dit wat oudere artikel bespreken de auteurs een actuele discussie uit die tijd, namelijk de mogelijkheid van een online publieke sfeer geënt op stedelijke principes. Interessant voor een historische achtergrond van de discussie.

– De Waal, M. (2008) “Locative media and the city – from BLVD-urbanism towards MySpace urbanism” In: Vodafone Receiver Magazine. http://www.receiver.vodafone.com/locative-media-and-the-city.

Waarom lezen? De Waal benoemt een aantal nieuwe kwesties die gepaard gaan met de opkomst van technologieën in het stedelijk landschap.

week4 – Privacy & surveillance in de mediastad

– Crang, M., & Graham, S. (2007). Sentient Cities: Ambient intelligence and the politics of urban space. Information, Communication & Society, 10(6), 789-817. http://www.informaworld.com/10.1080/13691180701750991

Waarom lezen? In dit artikel zetten de auteurs uiteen hoe nieuwe technologieën verbonden zijn met pogingen om steden te controleren en tot ‘frictie-vrije’ consumptie-zones om te toveren. Ook besteden ze aandacht aan pogingen van media-activisten om hier tegenin te gaan.

– Jacobs, J. (1992). The death and life of great American cities(Vintage Books ed.). New York: Vintage Books (originally published in 1961). Hoofdstuk 2: “The uses of sidewalks: safety” (pp. 29-54) http://www.gwu.edu/~art/Temporary_SL/177/pdfs/Jacobs Part 1.pdf.

Waarom lezen? In deze klassieker laat Jane Jacobs zien dat surveillance een intrinsiek onderdeel is van stedelijke interacties, een manier om met vreemden te kunnen samenleven. Dit nuanceert de instinctieve reflex dat surveillance iets inherent ‘slechts’ zou zijn.

– Mann, S., Nolan, J., & Wellman, B. (2003). Sousveillance: Inventing and Using Wearable Computing Devices for Data Collection in Surveillance Environments. Surveillance & Society, 1(3), 331-355. http://www.surveillance-and-society.org/articles1(3)/sousveillance.pdf.

Waarom lezen? Het concept sousveillance is bedacht om aan te geven dat hedendaagse vormen van surveillance niet langer institutioneel zijn maar veeleer gedistribueerd en peer-to-peer. Dit artikel ziet sousveillance als mogelijkheid tot ‘empowerment’ van onderaf.

Optioneel (aanbevolen i.v.m. tussentijdse opdracht 2):

– Deleuze, G. (1990). Postscript on the Societies of Control. L’autre journal. Retrieved from http://www.nadir.org/nadir/archiv/netzkritik/societyofcontrol.html.

Waarom lezen? In dit korte artikel signaleert Deleuze de opkomst van een nieuw type controle. Dit is de opvolger van Foucault’s institutionele surveillance in ‘disciplinary societies’.

– Solove, Daniel (2005) “Of Privacy and Poop: Norm Enforcement Via the Blogosphere”. (June 30, 2005). http://balkin.blogspot.com/2005/06/of-privacy-and-poop-norm-enforcement.html.

– Krim, Jonathan (2005) “Subway Fracas Escalates Into Test Of the Internet’s Power to Shame”. In: The Washington Post (July 7, 2005). http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2005/07/06/AR2005070601953.html.

Waarom lezen? Deze korte online artikeltjes over sousveillance als nieuwe schandpaal biedt een mooi contrast met de empowerment-stelling van Mann et al.

week5 – Mediakunst en stedelijke ervaring

Tuters, M., & Varnelis, K. (2006). Beyond Locative Media. http://networkedpublics.org/locative_media/beyond_locative_media.

Waarom lezen? In dit artikel wordt een aantal ‘locative media’ projecten besproken, kunst die gebruik maakt van GPS locatie-bepaling om ruimtelijke ervaringen te ‘mappen’.

Benjamin, W. (2008). The work of art in the age of its technological reproducibility (second version). In M. W. Jennings, B. Doherty, T. Y. Levin & E. F. N. Jephcott (Eds.), The work of art in the age of its technological reproducibility, and other writings on media(pp. 19-55). Cambridge, Mass.: Belknap Press of Harvard University Press. http://www.arts.rpi.edu/century/nmt11/Benjamin%20Art%20in%20Age%20of%20Its%20Reproducability.pdf.

Waarom lezen? Dit is een klassieke tekst over de opkomst van het elektronische kunstwerk en de verschuiving in stedelijke ervaring.

Paul, C. (2008). Digital art (2nd ed.). London ; New York: Thames & Hudson. (pp. 216-237) “Technologies of the future: Mobile and locative media”.

Waarom lezen? Dit hoofdstuk biedt een overzicht en bespreking van een aantal locatieve media kunstprojecten.

Video’s (te vertonen tijdens werkcollege):

– Mark Shepard – Sentient City Survival Kit (5 min.) http://survival.sentientcity.net.

Waarom zien? Middels hypothetische ontwerpinterventies poogt Shepard de discussie rondom stedelijke technologieën aan te zwengelen en publiek te maken. Dit is tevens een goede voorbereiding voor de eindopdracht.

[afhankelijk van de tijd]

– Dunne & Raby over ‘critical design’ (7 min.) http://www.youtube.com/watch?v=-bns4qcRRYY.

– RedSheep – Critique on Critical Design (5 min.) http://www.youtube.com/watch?v=-FTTamBXo_w

week6 – Urban play & gamification

Licoppe, C., & Inada, Y. (2010). Locative media and cultures of mediated proximity: the case of the Mogi game location-aware community. Environment and Planning D: Society and Space, 28(4), 691-709. http://www.envplan.com/abstract.cgi?id=d13307.

Waarom lezen? In dit artikel bespreken de auteurs hoe de Japanse locatieve game Mogi de ervaring van sociale nabijheid bemiddeld via de connectie met fysieke plaats.

– McGonigal, J. (2010). Gaming can make a better world. TED Talk. http://www.ted.com/talks/jane_mcgonigal_gaming_can_make_a_better_world.html. (20 min.).

Waarom zien? McGonigal is een van de voorvechters van het toepassen van game-principes op problemen uit het ‘echte leven’.

– Juul, Jesper (2011) “Gamification Backlash Roundup”. Blogpost op: http://www.jesperjuul.net/ludologist/gamification-backlash-roundup (+ blog comments!)

Waarom lezen? Game-onderzoeker Jesper Juul geeft hier een overzicht van recent werk over ‘gamification’. De comments op zijn blog zijn een waardevolle aanvulling en een voorbeeld hoe een online discussie van behoorlijk academisch niveau zich ontwikkelt.

Optioneel:

-Debord, Guy-Ernest (1956, 1958), “A User’s Guide to Détournement” + “Theory of the Dérive”. Te vinden op http://www.bopsecrets.org/SI/index.htm.

Waarom lezen? De Situationisten zijn invloedrijk gebleken voor latere mediakunst en speltheorie. Voor hen was spel een subversieve tactiek. De teksten bieden een interessant tegenwicht aan ‘gamification’, waarbij spel voor heel andere doeleinden het alledaagse leven ingetrokken wordt.

– Bogost, Ian (2011) “Gamification is bullshit”. Blogpost op: http://www.bogost.com/blog/gamification_is_bullshit.shtml (+ blog comments!)

Waarom lezen? Game-onderzoeker Ian Bogost neemt provocatief stelling (maar slaat hij niet door?)…

– Chaplin, Heather (2011) “I Don’t Want To Be a Superhero: Ditching reality for a game isn’t as fun as it sounds”. Blogpost op: http://www.slate.com/id/2289302/pagenum/all.

Waarom lezen? Prima omschrijving van ‘gamification’, plus enkele discussiepunten:

“The basic idea arises from how engaged people are when they play games, even if they’re doing mundane things …. If we make the world more like a game, the thinking goes, we can harness all that energy to solve real-world problems.”

week7 – e-Participatie en co-design: stedelijk ontwerp met nieuwe media

– Vajjhala, S. (2005). Integrating GIS and participatory mapping in community development planning. Presented at 25th Annual ESRI User Conference, San Diego, CA, July 25–29. http://proceedings.esri.com/library/userconf/proc05/papers/pap1622.pdf.

Waarom lezen? Vajjhala onderzoekt hoe ‘participatory mapping’ bewoners een stem geeft in het plannen van hun leefomgeving. Hierbij richt ze zich vooral op hoe mensen leven i.p.v. uitsluitend waar ze leven.

– Gordon, E., Schirra, S., & Hollander, J. (2011). Immersive planning: a conceptual model for designing public participation with new technologies. Environment and Planning B: Planning and Design, 38(3), 505-519. http://www.envplan.com/abstract.cgi?id=b37013.

Waarom lezen? De auteurs beschrijven hoe digitale media – met name social media, mapping en videogames – een rol kunnen spelen in het plannen van steden met een participerende rol voor burgers.

– Shepard, M. (Ed.). (2011). Sentient city: ubiquitous computing, architecture, and the future of urban space. Cambridge, MA: MIT Press.

Waarom lezen? Shepard is opgeleid als architect en stelt de vraag hoe deze professie de invloed van nieuwe media in het stedelijk domein kan incorporeren.

Optioneel:

– Blogpost “Beyond the ‘smart city’” : http://urbanscale.org/2011/02/17/beyond-the-smart-city/

Waarom lezen? Dit is een kritiek op het ‘smart city’ paradigma dat sterk in opkomst is. Steden en technologiebedrijven (o.a. IBM, Cisco, HP, Philips en Fraunhofer) gaan samenwerkingen aan om stedelijke processen efficiënter te organiseren. Sensor- en netwerktechnologieën helpen om energie- en watervoorziening, transport en logistiek, en lucht- en milieukwaliteit te meten en optimaliseren. De hoop is dat hiermee de kwaliteit van leven vooruit gaat.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *